dagmars
Uiterlijk
- dag·mars
- samenstelling van dag en mars [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dagmars | dagmarsen |
| verkleinwoord | dagmarsje | dagmarsjes |
- afstand, in één dag afgelegd of af te leggen
- Het woord dagmars staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dagmars" herkend door:
| 89 % | van de Nederlanders; |
| 88 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be