Naar inhoud springen

hierin

Uit WikiWoordenboek
  • hier·in
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     in  
 persoonlijk     erin  
aanwijz.  nabij     hierin  
  veraf     daarin  
  vragend/betrekk.     waarin  

(scheidbaar)
hierin [1]

  1. aanwijzend: in+dit in+deze:
    • Het zat hierin verstopt. 
    • Hier zat het in verstopt. 
     Ik zakte teleurgesteld neer op een houten bankje naast het raam en opende het gastenboek van het café dat als ‘trail-register’ fungeerde. Hierin stonden alle namen van de hikers die me voor waren geweest.[2]
     Ik moest me concentreren op het zijn van Krapp en mezelf uitschakelen, wat nogal een opgave was, om de stem van Wohlman op de bandrecorder – die enigszins pompeus klonk in een poging de jeugdige overmoed van de dertigplus-Krapp te accentueren – als theater te beschouwen en te duimen dat het publiek hierin zou meegaan.[3]
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (hierinuitgeverij), ISBN 9789057598500
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be