cybercriminaliteit
Uiterlijk
- Geluid: cybercriminaliteit (hulp, bestand)
- IPA: / 'sɑjbərkriminalitɛɪt / (8 lettergrepen)
- cy·ber·cri·mi·na·li·teit
- afgeleid van criminaliteit met het voorvoegsel cyber-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cybercriminaliteit | - |
| verkleinwoord | - | - |
de cybercriminaliteit v
- (informatica) (misdaad) criminaliteit gepleegd via de elektronische snelweg (b.v. internet) zoals het kraken van bankrekeningen
- een buitengewone vorm van cybercriminaliteit is het z.g. grooming door digitale kinderlokkers die contacten leggen met kinderen via chatprogramma's
- Thailand pakt cybercriminaliteit net over de grens in Myanmar keihard aan. Zeshonderd Chinezen die daar tegen hun wil als oplichters opereren, zijn door het Thaise leger bevrijd en vliegen deze week terug naar China.[1]
- Het woord cybercriminaliteit staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 18
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 8 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel cyber- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Informatica in het Nederlands
- Misdaad in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal