grooming

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groo·ming
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Engelse werkwoord 'to groom'
enkelvoud meervoud
naamwoord grooming
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

grooming

  1. het verzorgen van (de vacht) van paard of pony
  2. het investeren in en opbouwen van een (vriendschaps)relatie, met niet al te frisse bedoelingen
  3. (media) het benaderen van en contact leggen met kinderen door een pedofiel met als uiteindelijke doel het mogelijk maken van seksueel contact
Verwante begrippen


Meer informatie

Gangbaarheid