ongeletterd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·let·terd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ongeletterd ongeletterder ongeletterdst
verbogen ongeletterde ongeletterdere ongeletterdste
partitief ongeletterds ongeletterders -

Bijvoeglijk naamwoord

ongeletterd

  1. (verouderd) niet belezen zijnde, onwetend van bepaalde literaire standaardwerken
     Als verslaggever Hans van Wissen in de Volkskrant van 1 augustus zo „ongeletterd" is dat hij het Belgische zwemstertje Lempereur met Suske vergelijkt (in plaats van met Wiske), zou hij er goed aan doen, zich wat minder laatdunkend uit te laten over Annemarie Verstappen,[1]
     ‘Waar méde een Ambachtsman, een ongeletterd gast
    ‘Der dicht'ren gantsche Reij óp Hélikon verrast,
    Voor 't meesterproefstuk van een wonderwérk gehouden,
    En 's Dichters eernaam vér verhéven boven de Ouden
    [2]
  2. niet onderricht in lezen en schrijven
    • De meeste mensen in de middeleeuwen waren ongeletterde landlieden. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 14-04-2021 Weblink bron L.C.P. Kanen Suske? in: De Volkskrant (11-08-1984), NV De Volkskrant, 's-Hertogenbosch, p. 15 op Delpher.nl op Wikipedia
  2. Bronlink Weblink bron Andries Pels Gebruik, én misbruik des tooneels (1681) in: M.A. Schenkeveld-van der Dussen (ed.) Gebruik én misbruik des tooneels (1978), Tjeenk Willink / Noorduijn, Culemborg, p. 66 op dbnl.org op Wikipedia