bevatten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vat·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevatten
bevatte
bevat
zwak -t volledig

Werkwoord

bevatten

  1. overgankelijk omvatten, in zich sluiten
    • Deze pil bevat onder andere vitamine C. 
     Want alleen de hand des levens kan je harten bevatten.[1]
  2. overgankelijk begrijpen
    • Hij kon het verschil daartussen maar niet bevatten. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bevatten

bevatten

  1. meervoud verleden tijd van bevatten
    • Wij bevatten. 
    • Jullie bevatten. 
    • Zij bevatten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be