omvatten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·vat·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omvatten
omvatte
omvat
zwak -t volledig

Werkwoord

omvatten

  1. (overgankelijk) binnen zich insluiten
    De les omvatte ook een oefening van de geleerde oplosbaarheidsregels.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
omvatten

omvatten

  1. meervoud verleden tijd van omvatten
    Wij omvatten.
    Jullie omvatten.
    Zij omvatten.