behelzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hel·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
behelzen
behelsde
behelsd
zwak -d volledig

Werkwoord

behelzen

  1. inergatief betrekking hebben op
    • Dit boek behelsde een aanklacht op de katholieke kerk. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl