behelzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hel·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
behelzen
behelsde
behelsd
zwak -d volledig

Werkwoord

behelzen

  1. (inergatief) betrekking hebben op
    Dit boek behelsde een aanklacht op de katholieke kerk.
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl