compromise

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
compromise compromises

Zelfstandig naamwoord

compromise

  1. compromis


vervoeging
onbepaalde wijs to compromise
he/she/it compromises
verleden tijd compromised
voltooid
deelwoord
compromised
onvoltooid
deelwoord
compromising
gebiedende wijs compromise

Werkwoord

compromise

  1. een compromis sluiten
  2. in discrediet brengen
    «This affair compromised his position as governor.»
    Deze affaire bracht zijn positie als gouverneur in het geding.
  3. (militair) doorbreken
    «The security of the base was compromised
    De beveiliging van de basis werd doorbroken.