Naar inhoud springen

compromis

Uit WikiWoordenboek
  • com·pro·mis
vernederlandst * enkelvoud meervoud
naamwoord compromis compromissen
verkleinwoord compromisje compromisjes
meer Frans * enkelvoud meervoud
naamwoord compromis compromis
verkleinwoord compromistje compromistjes

hetcompromiso

  1. overeenkomst waarbij de betrokken partijen concessies doen om tot een voor allen aanvaardbare oplossing te komen
    • De partijen hebben een compromis gesloten. 
    • Tijdens de coalitieonderhandelingen moesten beide partijen water in de wijn doen om tot een compromis te kunnen komen. 
    • Het zichtbaarste gevolg is dat politici het compromis nu al decennia omschrijven als moetje. Het kan niet anders. We hebben geen keus. Het is nu eenmaal ons systeem. Zo is de intrinsieke meerwaarde van het compromis volledig uit het politieke discours verdwenen. Nooit zegt een politicus nog dat onze hele cultuur erop is gebouwd dat tegenspraak een voorbode van samenspraak is. Dat ideeëncompetitie tot betere ideeën leidt. Dat we onze beschaving danken aan het feit dat burgers bereid waren iets van hun eigenbelang in te leveren om het grote geheel te verbeteren.[2] 
    • Diederik Samsom bezong onlangs in NRC Handelsblad de schoonheid van het compromis. Hij vond het jammer dat hij de mensen hier niet warm voor had kunnen maken. Het leverde de voormalige PvdA-leider een waarderende tweet op van Han ten Broeke, Twentenaar en prominent VVD-Kamerlid. Helaas is de stem van Samsom en Ten Broeke een echo uit het verleden. In de huidige afrekencultuur is het compromis zo ongeveer een zonde, een politiek misdrijf, kiezersbedrog, verkwanseling van principes en hét bewijs dat politici er alleen maar voor zichzelf zitten. In werkelijkheid is alles een compromis: een relatie, het huwelijk, de werkvloer, de opvoeding, de band met de natuur, met de dieren, ja, het hele leven is één groot compromis. Maar in de politiek mag het niet. [3] 
     In de Tweede Kamer zette hij zich in voor natuur en milieu, zoals met zijn aanvankelijk eenzame verzet tegen de afsluiting van de Oosterschelde. Het leidde tot de Oosterscheldekering, een compromis waarmee Zeeland tegen de zee werd beschermd, maar de natuur toch vrij spel hield.[4]
  • De uitspraak van het einde van dit woord varieert. Tegenwoordig spreken veel mensen het vernederlandst uit als -/mɪs/, in het meervoud als -/mɪsə(n)/ (compromissen) en bij het verkleinwoord als -/mɪʃə/ (compromisje). Er zijn ook veel mensen die een meer Franse uitspraak gebruiken: -/mi/, ook voor het meervoud. Het verkleinwoord eindigt dan op -/micə/, wat dan volgens de spellingregels geschreven wordt als compromistje. [5] [6]
  • een compromis zoeken
  • een compromis vinden
  • een compromis bereiken
  • een compromis sluiten
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[7]
  1. "compromis" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. NRC Tom-Jan Meeus 4 juni 2016
  3. Tubantia Andre vis 14-augustus-2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2025 Weblink bron
    Dik Verkuil
    “Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 29 juni 2025 Weblink bron “Compromis (uitspraak)” op taaladvies.net
  6. Bronlink geraadpleegd op 29 juni 2025 Weblink bron “Compromisje / compromistje” op taaladvies.net
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

compromis

  1. voltooid deelwoord (participe passé) van compromettre