compromis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pro·mis
enkelvoud meervoud
naamwoord compromis compromissen
verkleinwoord compromistje
compromisje
compromistjes
compromisjes

Zelfstandig naamwoord

compromis o

  1. overeenkomst waarbij de betrokken partijen concessies doen om tot een voor allen aanvaardbare oplossing te komen
    De partijen hebben een compromis gesloten.
Schrijfwijzen
  • De uitspraak van dit woord varieert; sommigen spreken de laatste lettergreep uit als [-mɪs], anderen als [-mi]. In het laatste geval is het verkleinwoord "compromistje" met als uitspraak [-micə] juist. Deze spelling is de enige die in het Groene Boekje staat. Velen zeggen echter [-mɪsʲə] dat beter gespeld kan worden als "compromisje".
Typische woordcombinaties
  • een compromis zoeken
  • een compromis vinden
  • een compromis bereiken
  • een compromis sluiten
Vertalingen

Meer informatie