committeren
Uiterlijk
- Geluid: committeren (hulp, bestand)
- com·mit·te·ren
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘opdragen, belasten’ voor het eerst aangetroffen in 1370 [1]
- afgeleid van het Latijnse mittere (sturen) met het voorvoegsel com- [2]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| committeren |
committeerde |
gecommitteerd |
| zwak -d | volledig | |
committeren [3]
- overgankelijk met een opdracht of volmacht afvaardigen, opdragen, belasten
- Het woord committeren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "committeren" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 63 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "committeren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ committeren op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel com- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 93 %
- Prevalentie Vlaanderen 63 %