colloquium

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • col·lo·qui·um
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘samenspraak, geleerd gesprek’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • afgeleid van het Latijnse loqui (spreken) met het voorvoegsel col- met het achtervoegsel -ium [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord colloquium colloquia
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

colloquium o [3]

  1. discussiecollege
  2. geleerd gesprek
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen