loqui

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˈlo.kʷi/
Woordafbreking
  • lo·qui
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. pass.
1e pers. enk.
ind. perf. pass.
loquī loquor locūtus sum
derde vervoeging volledig deponent

Werkwoord

loquī

  1. passief infinitief praesens van loquī
    1. (deponens) zeggen, spreken