clematis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

clematis
Uitspraak
Woordafbreking
  • cle·ma·tis
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘klimplantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1608 [1]
  • uit het Latijn [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord clematis clematissen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

clematis v/m [3]

  1. klimplant uit de ranonkel familie met veel bloemen
    • Ik heb thuis geen tuin, ik heb een terras. Met betonnen plantenbakken als afscheiding. In die plantenbakken zaten, toen we er gingen wonen, doodachtige planten. En veel onkruid natuurlijk. We hebben het er allemaal uitgehaald, en de bakken staan nu vol met hortensia’s, klimop, een clematis, anemoontjes, lavendel, bessen, een linde, een druif, een vlinderstruik. Nu is het mooi groen (en wit, want de anemoontjes staan in bloei) en straks barst ons tuintje weer van de kleuren. Ons tuintje - zo noemen we die betonbakken.[4] 
    • Gemengde wijken leiden lang niet altijd tot samenleven, zegt Fenne Pinkster, onderzoeker bij de afdeling geografie, planologie en internationale ontwikkelingsstudies aan de Universiteit van Amsterdam. „Maar in elk geval zien de verschillende bewoners dat er ook mensen zijn die anders zijn dan zijzelf. Als rijk en arm in verschillende wijken wonen, weet je zeker dat er geen contacten ontstaan.” De levensader van de volksbuurt is de Resedastraat. Ook de andere zeven straten dragen namen van planten, zoals clematis, appelbloesem en papaver. De helft van de 201 rijtjeshuizen heeft zowel voortuin als achtertuin. In de 54 flatwoningen hangen de planten over het balkon. Ook een rijtje woningen aan de Floralaan-West hoort feitelijk tot de buurt. Maar als buurtbewoners het over hun buurt hebben, tellen ze die huizen niet mee. Het zijn geen huurhuizen meer sinds woningbouwvereniging Wooninc ze verkocht. Kopers aan de Floralaan-West kijken neer op huurders, zeggen de huurders. Huiseigenaren zijn bang voor achteruitgang van de buurt. Dat drukt de koopprijs van hun huis.[5]  
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen