claqueur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cla·queur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord claqueur claqueurs
verkleinwoord claqueurtje claqueurtjes

Zelfstandig naamwoord

claqueur m

  1. gehuurde toejuicher bij een voorstelling
Verwante begrippen

Gangbaarheid

31 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.


Engels

enkelvoud meervoud
claqueur claqueurs

Zelfstandig naamwoord

claqueur

  1. iemand die is ingehuurd om te applaudisseren
Verwante begrippen