claqueur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cla·queur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord claqueur claqueurs
verkleinwoord claqueurtje claqueurtjes

Zelfstandig naamwoord

claqueur m

  1. gehuurde toejuicher bij een voorstelling
Verwante begrippen

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

enkelvoud meervoud
claqueur claqueurs

Zelfstandig naamwoord

claqueur

  1. iemand die is ingehuurd om te applaudisseren
Verwante begrippen