chupar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
chupar
chupaba
chupado
volledig

Werkwoord

chupar

  1. zuigen, sabbelen
  2. zuipen, slempen
  1. opzuigen
  2. zuigen aan, sabbelen op
  3. uitzuigen, plukken, uitkleden