champetter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cham·pet·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord champetter champetters
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

champetter m

  1. (beroep) (geschiedenis) (voor 1945:) een ordehandhaver op het platteland
    • Misschien is de naam champetter wel onstaan omdat hij toezicht hield onder andere om te controleren of er geen distels groeiden. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie