cellulitis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cel·lu·li·tis
enkelvoud meervoud
naamwoord cellulitis -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cellulitis v

  1. (medisch) ontsteking van het onderhuidse bindweefsel
Vertalingen
Gangbaarheid
97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie