capteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cap·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
capteren
capteerde
gecapteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

capteren

  1. overgankelijk opvangen van signalen, zenders, stroom enz
    • Een radiobericht capteren. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen