canvas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

tas gemaakt van canvas
Uitspraak
Woordafbreking
  • can·vas
Woordherkomst en -opbouw
  • overgenomen uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord canvas canvassen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

canvas o [2]

  1. sterk linnen weefsel o.a. gebruikt om op te schilderen
    • Bij Sotheby’s in New York dook het doek na anderhalf jaar weer op. Het was onherkenbaar veranderd. Alle negentiende-eeuwse toevoegingen waren verdwenen: de lucht, het landschap én een fikse strook canvas. Daaronder was volgens Sotheby’s een paardenstudie van Peter Paul Rubens tevoorschijn gekomen, de leermeester van Van Dyck. Een onbekende koper had woensdagavond 5.075.000 dollar voor het schilderij over. [3] 
    • De rossige vrouw naast me in het vliegtuig op weg naar Nederland is zenuwachtig. Ze ritst haar canvas reistas open en weer dicht en checkt voortdurend haar mobiel. „Ik ga voor het eerst naar Europa”, verontschuldigt ze zich en stelt zich voor. Gretchen, uit North Carolina. [4] 
Uitdrukkingen en gezegden
  • tegen het canvas gaan
verslagen worden
- Theresa May is een dead woman walking.’ Nu zijn grote tegenstander in slow motion tegen het canvas gaat, beleeft de voormalige minister George Osborne hoogdagen. ‘De vraag is niet of ze onderuitgaat. De vraag is alleen wanneer. [5]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. NRC Arjen Ribbens 26 januari 2017
  4. NRC Pia de Jong 5 december 2016
  5. de Standaard MAANDAG 12 JUNI 2017

Werkwoord

vervoeging van
canvassen

canvas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van canvassen
    • Ik canvas. 
  2. gebiedende wijs van canvassen
    • Canvas! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van canvassen
    • Canvas je?