canvassen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • can·vas·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘werven van kiezers door politici die willekeurig aanbellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1946 [1]

Zelfstandig naamwoord

canvassen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord canvas

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen