candida
Uiterlijk
- can·di·da
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | candida | - |
| verkleinwoord | - | - |
de cándida v
- geen meervoud (medisch) schimmelinfectie in mond, huidplooien of geslachtsorganen, zoals die vaak wordt veroorzaakt door Candida albicans


| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | candida | candida |
| verkleinwoord | - | - |
de candída v
- (zakjeszwammen) een geslacht Candida
van gisten die schimmelinfecties (candidiasis) kunnen veroorzaken
- Het woord candida staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Betekenis zonder meervoud in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Zakjeszwammen in het Nederlands
- Schimmels in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal