caminar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Catalaans

stamtijd
tegenw.
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
camino caminava caminat
1e vervoeging volledig

Werkwoord

caminar

  1. lopen, wandelen
  2. trekken, reizen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·mi·nar

Werkwoord

caminar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
caminar
caminaba
caminado
volledig
  1. (onovergankelijk) lopen, gaan, wandelen, trekken, reizen (zich verplaatsen)
  2. (overgankelijk) afleggen (van afstand)
Verwante begrippen
Synoniemen