marchar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • mar·char

Werkwoord

marchar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
marchar
marchaba
marchado
volledig
  1. (onovergankelijk) lopen, gaan, marcheren
  2. werken, functioneren
Synoniemen