Naar inhoud springen

buurtsuper

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

buurtsuper
Uitspraak
Woordafbreking
  • buurt·su·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord buurtsuper buurtsupers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de buurtsuperm

  1. (handel) (kleine) supermarkt die haar klanten vooral in één bepaalde wijk heeft
     De inwoners van Bergamo zitten verplicht thuis. "We zijn volledig geïsoleerd", zegt de Nederlandse Edith de Vries. Alleen voor boodschappen in de buurtsuper mag ze één keer per week naar buiten.[1]
     Wat zouden ze meer vrezen: het coronavirus of honger?: De meeste lezers hoeven zich deze vraag, net als ik, niet serieus te stellen. We blijven in ons eigen, veilige huis, houden afstand bij de buurtsuper en wassen bij thuiskomst netjes onze handen.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 12 november 2021 Weblink bron “Waarschuwing uit epicentrum Bergamo: 'Nederland reageert veel te traag'” (14-03-2020), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 12 november 2021 Weblink bron
    Aletta André
    “Lockdown India: terwijl de ene ramp wordt afgewend, voltrekt zich een andere” (05-04-2020), NOS