buông

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Vietnamees

Werkwoord

buông

  1. neerlaten: van boven naar beneden laten gaan
    tóc buông thõng sau lưng – haar dat los over de rug hangt
    Màn đêm buông xuống cánh đồng. – De mantel van duisternis daalde neer over het veld.
    buông mình ngồi xuống ghế – zich in een stoel laten vallen
    buông câu – zijn vislijn uitgooien
    buông mành – de jaloezieën neerlaten
    tay buông xuống – handen die naar beneden gaan
  2. loslaten: stoppen met vasthouden
    Buông đũa bát đứng lên. – Hij zette eetstokjes en kom neer en stond recht.
    Buông lỏng dây cương cho ngựa lên dốc. – Hij liet het paard de vrije teugel om de helling op te gaan.
    Buông tôi ra! – Laat me los!

Verwijzingen