bryllup

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • brul·lyp
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 2163
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bryllup     bryllupet     bryllup
brylluper  
  bryllupa
bryllupene  
genitief   bryllups     bryllupets     bryllups
bryllupers  
  bryllupas
bryllupenes  

Zelfstandig naamwoord

bryllup, o

  1. (maatschappij) bruiloft
  2. (typografie) een foutje in de gedrukte tekst, omdat de zetter één of meerdere woorden tweemaal achter elkaar heeft gezet
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: holde bryllup
bruiloft houden, trouwen
Opmerkingen

Zelfstandig naamwoord

bryllup

  1. genitief onbepaald onzijdig meervoud van bryllup
Schrijfwijzen
Opmerkingen