bryllup

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • brul·lyp
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bryllup o

  1. bruiloft
  2. (typografie) een foutje in de gedrukte tekst, omdat de zetter één of meerdere woorden tweemaal achter elkaar heeft gezet.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bryllup     bryllupet     bryllup,
brylluper  
  bryllupa,
bryllupene  
genitief   bryllups     bryllupets     bryllups,
bryllupers  
  bryllupas,
bryllupenes  
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

holde bryllup

  • Trouwen.