boskar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·kar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boskar boskarren
verkleinwoord boskarretje boskarretjes

Zelfstandig naamwoord

boskar v/m [1]

  1. (bosbouw) een vervoermiddel dat vroeger in de bosbouw werd gebruikt om boomstammen en andere lange voorwerpen te vervoeren
  2. vervoermiddel dat geschikt is om te rijden door een bos
     Op de natuurbegraafplaats Maashorst buiten het Noord-Brabantse dorp Schaijk start Roy van Boekel zijn elektrische Boskar voor een rondrit langs de graven.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Jan van ’t Hul “Een graf onder een boomschijf” (30-01-2018), Reformatorisch Dagblad