boompje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·pje
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van boom met het achtervoegsel -pje

Zelfstandig naamwoord

boompje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord boom
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.