Naar inhoud springen

boezelaar

Uit WikiWoordenboek
  • boe·ze·laar

Naamwoord van handeling van boezelen (verouderd werkwoord) met het achtervoegsel -aar

enkelvoud meervoud
naamwoord boezelaar boezelaars
verkleinwoord boezelaartje boezelaartjes

deboezelaarm

  1. keukenschort gedragen om de kleding tegen morsen te beschermen
  1. keukenschort, voorschoot
50 %van de Nederlanders;
32 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be