blunder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blun·der
Woordherkomst en -opbouw
  • Een Engels leenwoord, op zijn beurt ontleend aan het Oudnoorse "blundra", verwant aan het Nederlandse blind. [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord blunder blunders
verkleinwoord blundertje blundertjes

Zelfstandig naamwoord

blunder m

  1. een onverwacht domme, vaak erg publieke, daad die meestal iemands geloofwaardigheid aantast
    Als hij nu maar niet een of andere blunder maakt!
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
blunderen

blunder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blunderen
    Ik blunder.
  2. gebiedende wijs van blunderen
    Blunder!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blunderen
    Blunder je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl