blunder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blun·der
Woordherkomst en -opbouw
  • Een Engels leenwoord, op zijn beurt ontleend aan het Oudnoorse "blundra", verwant aan het Nederlandse blind. [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord blunder blunders
verkleinwoord blundertje blundertjes

Zelfstandig naamwoord

blunder m

  1. een onverwacht domme, vaak erg publieke, daad die meestal iemands geloofwaardigheid aantast
    • Als hij nu maar niet een of andere blunder maakt! 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
blunderen

blunder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blunderen
    • Ik blunder. 
  2. gebiedende wijs van blunderen
    • Blunder! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blunderen
    • Blunder je? 

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl