bleekscheet
Uiterlijk
- Geluid: bleekscheet (hulp, bestand)
- bleek·scheet
- samenstelling van bleek en scheet [1][2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bleekscheet | bleekscheten |
| verkleinwoord | bleekscheetje | bleekscheetjes |
de bleekscheet m
- (scheldwoord) zeer bleek persoon
- (scheldwoord) blanke, bleekgezicht
- Het woord bleekscheet staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bleekscheet" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ bleekscheet op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be