Naar inhoud springen

binnendoen

Uit WikiWoordenboek
  • bin·nen·doen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnendoen
deed binnen
binnengedaan
onregelmatig volledig

binnendoen

  1. overgankelijk (apparaten en machines) wegbrengen voor onderhoud, reparatie of controle
     Bovendien had Ellen de printer niet zelf hoeven op te sturen. De verkoper is verantwoordelijk voor je garantie. Je moet je product dus binnendoen in de winkel waar je het gekocht hebt en zij moeten het dan opsturen.[1]
  2. overgankelijk (documenten) inleveren
  3. overgankelijk (iemand) verleiden tot nauwere omgang
     In Beauty & the Nerd heeft alvast een van de deelnemers iemand kunnen binnendoen: Christophe heeft iets met de Nederlandse Ramona.[2]
     Zo is het ook wanneer ik uitga: door mijn dronkenschap zet ik mezelf keer op keer voor schut, maar ik zorg er wél voor dat ik iedere avond een knappe gast heb binnengedaan. Dat is mijn doel, zie je: minstens één knappe gast per avond binnendoen.[3]
        2
  • frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [4]
        4
  1. Het Belang van Limburg in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, binnendoen
  2. dagblad in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, binnendoen
  3. Humo in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, binnendoen
  4. 1 2
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, binnendoen