bijzitter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·zit·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijzitter bijzitters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bijzitter m

  1. rechter in een meervoudige kamer die niet de voorzitter is
    • ‘Het is een meevaller dat er, voor zover bekend, tot 30 juni geen assisenzaken in Tongeren zijn, anders waren we nog meer rechters kwijt.’ De voorzitter klaagde eerder al over dat – zo goed als – afgeschafte assisenhof, waar de rechtbank toch mensen voor moet afstaan. ‘Reken maar uit. Per zitting leveren we twee rechters of zogenaamde bijzitters, die we snel vijf tot tien dagen per proces kwijt zijn’, zegde hij daar eerder over.[1] 
  2. bijrijder in een auto of vrachtwagen
    • Lakdim hield een wagen tegen, schoot de bijzitter een kogel door het hoofd en verwondde de chauffeur. Terwijl hij met de wagen aan de haal ging, opende hij het vuur op vier joggende politieagenten. Een van hen raakte gewond in de borst.[2] 
  3. controleur in een stemlokaal die niet de voorzitter is
    • Het zijn zondag blijkbaar niet alleen kiezers die niet warm lopen voor de tweede ronde van de Franse parlementsverkiezingen. Meerdere stembureaus zijn later geopend bij gebrek aan bijzitters, zo heeft de krant Le Parisien gemeld.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Standaard WOENSDAG 28 MAART 2018 Voorzitter rechtbank Limburgtrekt aan alarmbel
  2. de Standaard 24 MAART 2018 ‘De dreiging komt nu van binnenuit’
  3. de Standaard 18/06/2017 om 17:15 door say 'Opkomst Franse parlementsverkiezingen historisch laag