bijeffect

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·ef·fect
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijeffect bijeffecten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bijeffect o

  1. gevolg van een handeling dat niet het primaire doel is geweest van die handeling
    • Nog opvallender vind ik het dat Scheffer en Föllings inzoomen op het (niet) scheppen van banen en daarbij helemaal voorbijgaan aan het feit dat dit niet het doel is van een onderneming. Het is een gewenst bijeffect als het goed gaat. [1] 
    • KPN voerde in 2009 een vrouwenquotum in onder leiding van de toenmalige topman Ad Scheepbouwer. Maar dat heeft volgens Rynders geleid tot een 'volledige veronachtzaming' van de hogeropgeleide multiculturele man. 'Gegeven de snelle verkleuring van de Nederlandse samenleving is dit een onwenselijk bijeffect. [2] 
    • Ten eerste is voorlezen gewoon leuk en ten tweede wordt de taalontwikkeling ondersteund. Sinds 2013 zijn we hiermee bezig en inmiddels is duidelijk dat als prettig bijeffect het kind meer zelfvertrouwen krijgt op school.” [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Verwijzingen