bic

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
1. balpen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bic
Woordherkomst en -opbouw
  • naar het gelijknamige merk (logo: BiC) van het bedrijf BIC op Wikipedia, genoemd naar de oprichter, M. Bich op Wikipedia
enkelvoud meervoud
naamwoord bic bics
verkleinwoord bicje bicjes

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Zelfstandig naamwoord

bic m

  1. balpen
    • Hij heeft altijd de prozaïsche, proletarische bic gebruikt om te denken en schrijven, om krabbels te maken, om te tekenen, en zich door het overschrijven en bedekken van prentkaarten en foto's de kunstgeschiedenis toe te eigenen. [1]

Gangbaarheid

50 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  bic     le bic     bics     les bics  

Zelfstandig naamwoord

bic m

  1. balpen
Synoniemen