bewoonbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·woon·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bewoonbaar bewoonbaarder bewoonbaarst
verbogen bewoonbare bewoonbaardere bewoonbaarste
partitief bewoonbaars bewoonbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

bewoonbaar

  1. geschikt om te bewonen
    • Het bewoonbare huis werd al snel verkocht. 
    • Het lijkt misschien het makkelijkst om op aarde een kant-en-klare maanmodule te bouwen en die vervolgens naar de maan te sturen. Toch pleit Vermeulen om juist gebruik te maken van de grondstoffen van de maan zelf, om zo onafhankelijk te zijn van de aarde. Een efficiënte manier is om bijvoorbeeld gebruik te maken van de bewoonbare lavatunnels waar een vestiging in gebouwd kan worden. Op die manier biedt het oppervlak van de maan zelf voldoende bescherming [1] 
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen