bevrijdingsbeweging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vrij·dings·be·we·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevrijdingsbeweging bevrijdingsbewegingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bevrijdingsbeweging v [1]

  1. organisatie die streeft naar het opheffen van een toestand van onderdrukking en afhankelijkheid
     Averki Stepanovitsj had zijn jeugd gegeven aan de bevrijdingsbeweging, de revolutie, en zijn enige angst was geweest dat hij deze niet meer mee zou maken, of dat de revolutie na te zijn ontbrand door haar gematigdheid zijn radicale en bloedige begeerten niet zou bevredigen.[2]
     Hij houdt dan ook hoop op een goede afloop. "ELN is van oorsprong een christelijke bevrijdingsbeweging. De Katholieke kerk probeert nu ongetwijfeld weer met ze te onderhandelen." En omdat het om journalisten gaat, verwacht Koopman geen ingewikkelde deal. "Omdat op journalisten in Colombia geen hoge prijs staat."[3]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Boris Pasternak (vert. Margriet Berg en Marja Wiebes) op Wikipedia “Dokter Zjivago” (1957), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028261396
  3. Bronlink geraadpleegd op 31 maart 2022 Weblink bron “'Vaticaan bemiddelde bij mijn vrijlating in Colombia'” (20-06-2017), NOS