bevelend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ve·lend

Werkwoord

vervoeging van: bevelen
verbogen vorm: bevelende

bevelend

  1. onvoltooid deelwoord van bevelen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bevelend bevelender bevelendst
verbogen bevelende bevelendere bevelendste
partitief bevelends bevelenders -

Bijvoeglijk naamwoord

bevelend

  1. op een dwingende, commanderende manier
    • Niet het verbond en de doop gaan voorop, maar het Woord. God komt tot ons met Zijn Woord en vraagt ons aandachtig te luisteren. De plicht en dus ook het recht om tot Christus te komen, liggen niet in het verbond en de doop, maar in Zijn nodigende en bevelende Woord, dat ons gepredikt wordt (Rom. 16:26). [1] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Jaap Theunisse 11-06-2018 Evangelieverkondiging is zonder voorbehoud
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be