beschonken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
beschonken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schon·ken

Werkwoord

vervoeging van
beschenken

beschonken

  1. meervoud verleden tijd van beschenken
    Wij beschonken.
    Jullie beschonken.
    Zij beschonken.
  2. voltooid deelwoord van beschenken
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beschonken beschonkener beschonkenst
verbogen beschonkenste
partitief beschonkens - -

Bijvoeglijk naamwoord

beschonken

  1. onder invloed van alcohol
    De beschonken bestuurder kreeg een boete van 160 euro.
Synoniemen
Vertalingen