benjamin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Benjamin

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ben·ja·min
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Hebreeuws, in de betekenis van ‘jongste zoon’ voor het eerst aangetroffen in 1649 [1]
  • Herkomst: Hebreeuws (vernederlandste vorm), letterlijk: ontlening aan 'Benjamin' [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord benjamin benjamins
verkleinwoord benjaminnetje benjaminnetjes

Zelfstandig naamwoord

benjamin v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) jongste of jongere in een gezin, kring, gezelschap of vereniging
  2. (Jiddisch-Hebreeuws) lieveling, troetelkind

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen