bemerken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·mer·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemerken
bemerkte
bemerkt
zwak -t volledig

Werkwoord

bemerken

  1. overgankelijk zich ergens bewust van worden
    • Maar de mensen bemerkten de vloedgolf pas bij het aanschouwen, dodelijk verschrikt door het aanstormend geweld en het overdonderende geluid. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be