bemerken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·mer·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van merken met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemerken
bemerkte
bemerkt
zwak -t volledig

Werkwoord

bemerken

  1. overgankelijk zich ergens bewust van worden
    • Maar de mensen bemerkten de vloedgolf pas bij het aanschouwen, dodelijk verschrikt door het aanstormend geweld en het overdonderende geluid. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.