belegeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·le·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
belegeren
belegerde
belegerd
zwak -d volledig

Werkwoord

belegeren

  1. overgankelijk met een leger omsingeld houden
    Leningrad werd gedurende vele maanden belegerd door de Duitse troepen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl