bekijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kijk

Werkwoord

vervoeging van
bekijken

bekijk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekijken
    • Ik bekijk. 
  2. gebiedende wijs van bekijken
    • Bekijk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekijken
    • Bekijk je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.