bekeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

(klemtoonhomogram)

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ke·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekeren
bekeerde
bekeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

bekéren

  1. (overgankelijk) iemand ~: iemand tot een bepaald geloof overhalen.
    De joden hebben niet veel mensen bekeerd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van beker met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekeren
bekerde
gebekerd
zwak -d volledig

Werkwoord

békeren

  1. (inergatief) aan bekerwedstrijden deelnemen.
    Ajax heeft weer goed gebekerd dit jaar.
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl