Naar inhoud springen

begroeten

Uit WikiWoordenboek
2. Twee politici begroeten elkaar.
  • be·groe·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begroeten
begroette
begroet
zwak -t volledig

begroeten

  1. overgankelijk bij de ontmoeting een teken van erkenning en welwillendheid geven
    • Wij werden begroet door de secretaresse. 
     Otto duwt hun zware deur open en Cornelia komt uit de schaduwen om hen te begroeten.[1]
     Ze liep met Denise naar de balie om haar schoonfamilie te begroeten.[2]

elkaar begroeten

  1. wederkerig wederzijds tekenen van erkenning en welwillendheid geven bij een ontmoeting
    • Zij begroetten elkaar als oude vrienden. 
     Hoe elkaar begroeten in tijden van corona?[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  2. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  3. Bronlink Weblink bron Gearchiveerde versie “drisag.be” (12 april 2021)
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be