beetwortel
Uiterlijk
- Geluid: beetwortel (hulp, bestand)
- IPA: / 'betwɔrtəl / (3 lettergrepen)
- beet·wor·tel
- In de betekenis van ‘suikerbiet’ voor het eerst aangetroffen in 1652 [1]
- samenstelling van beet zn "biet" en wortel zn [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beetwortel | beetwortelen beetwortels |
| verkleinwoord | beetworteltje | beetworteltjes |
- Het woord beetwortel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "beetwortel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ beetwortel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).