bedkruik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bedkruik
Uitspraak
Woordafbreking
  • bed·kruik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedkruik bedkruiken
verkleinwoord bedkruikje bedkruikjes

Zelfstandig naamwoord

bedkruik v/m

  1. een heetwaterzak die wordt gebruikt om in bed voor warmte te zorgen als het koud is
    • Begin jaren zestig begon Van der Leegte sr. met de ontwikkeling van eigen producten: wasmachines en oliekachels. Daarop volgden roestvrijstalen huishoudelijke artikelen als bedkruiken, eierdopjes en botervlootjes. [1] 
    • De beurs doet Liesje Los (51) denken aan Koninginnedag. „Dan bepaal je ook onderling wat iets waard is”, zegt ze. Ze heeft een roze bedkruik meegenomen, een sinterklaascadeau voor haar dochter. „Maar als er heet water in zit, gaat hij een beetje stinken.” Nog voor het pluizige ding goed en wel op de cadeautafel belandt, heeft de kruik al een nieuwe eigenaar. [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen