bedeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·de·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedeling bedelingen
verkleinwoord bedelinkje bedelinkjes

Zelfstandig naamwoord

bedeling v

  1. het aan de armen uitdelen van giften
  2. een bij wijze van bedeling (1) uitgedeelde gift
  3. plaats waar bedeeld wordt
  4. (religie) de schenking van Gods gaven

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.