beddenzak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bed·den·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beddenzak beddenzakken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

beddenzak m [1]

  1. een stevige met zacht materiaal gevulde zak die men kan gebruiken als bed
    • De Ruyter en medestanders gooiden met veren en buskruit gevulde beddenzakken als brandbommen naar beneden. [2] 
Synoniemen
Verwante begrippen


Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.


Verwijzingen